Sportakkoord: iedereen praat mee, behalve sportclubs

afbeelding van Jan Janssens
Jan Janssens

Het was een interessant interview dat Leo Aquina van SportKnowhow XL had met Jan Dirk van der Zee, de directeur amateurvoetbal van de KNVB. Van der Zee verklapt daarin iets van de inhoud van het sportakkoord dat binnenkort wordt gepresenteerd. Dat de KNVB een centrale rol ziet voor de vereniging in het sportakkoord is goed nieuws voor iedereen die de georganiseerde sport een warm hart toedraagt. Des te opmerkelijker is echter dat er bij de totstandkoming van dat akkoord geen enkele vereniging betrokken was.

Volgens Van der Zee zijn voor het eerst concrete beleidsafspraken tussen alle stakeholders in de sport gemaakt. Wie Sport verenigt Nederland; Verslag van de verkenningsfase om te komen tot een sportakkoord leest kan ook makkelijk de indruk krijgen dat alle belanghebbenden hierbij betrokken zijn geweest. In vier bijlagen worden meer dan tweehonderd gesprekspartners opgesomd. Natuurlijk waren NOC*NSF (zeven keer) en Vereniging Sport en Gemeenten (drie keer) goed vertegenwoordigd aan de verschillende tafels als over het sportakkoord werd gesproken. Zij waren immers in een vroeg stadium door minister Bruno Bruins als strategische beleidspartner gekwalificeerd. 

Inspraakcircus

Wat we verder zien is een bont gezelschap. Veel mensen van bonden en gemeenten, maar ook diverse vertegenwoordigers van sportsponsors, sportbedrijven, sportmarketingbureaus, evenementenorganisaties, goede doelen, fondsen, kennisinstellingen, onderzoeksbureaus, onderwijsinstellingen en media. Van kinderopvangorganisatie BOinK tot omroep Max, van stichting Halt tot Staatsbosbeheer, zelfs een verdwaalde topscheidsrechter (Kevin Blom) en een enkele topsporter (Rico Verhoeven): ze waren allemaal welkom aan tafel. Allemaal stakeholders en ze mochten allemaal meepraten. Gek genoeg ontbraken in dit inspraakcircus de vertegenwoordigers van sportclubs. Er schoven geen bestuurders of vrijwilligers van sportverenigingen aan en ook eigenaren en medewerkers van sportscholen en fitnesscentra waren niet van de partij. 

Concurrerende belangen

Als rechtvaardiging voor deze gang van zaken zal ongetwijfeld worden geopperd dat NOC*NSF en de sportbonden toch ook de belangen van de sportverenigingen behartigen. En dat NL Actief dat doet voor de fitnesscentra. Dat lijkt plausibel, maar dat is het niet. In de laatste sportagenda hebben de koepel en de bonden uitgesproken dat het er voor hen niet meer toe doet of mensen in verenigingsverband sporten of op een andere manier. Als ze maar sporten.
Een vergelijkbare ontwikkeling zien we in de fitnesswereld. Fit!vak is ooit opgericht als brancheorganisatie voor de fitnesscentra, maar NL Actief stelt de fitnessbeoefenaar centraal. Net zo min als de belangen van de bonden altijd en helemaal parallel lopen met de belangen van NOC*NSF, liggen ook de belangen van lokale sportaanbieders en landelijke organisaties niet per se in elkaars verlengde. Zeker, het zijn bondgenoten, maar de oriëntaties verschillen en soms is ook sprake van concurrerende belangen. 

Rechtvaardiging

Als het logisch en begrijpelijk is dat niet alleen NOC*NSF (de vereniging van de bonden) gesprekspartner is voor de minister van Sport, maar dat verschillende bonden ook zelfstandig hun stem kunnen laten horen aan de beleidstafels van het sportakkoord, zou dat toch eigenlijk ook voor de sportclubs moeten gelden. Een ander argument dat mogelijk gegeven wordt om de afwezigheid van sportclubs te rechtvaardigen is dat het moeilijk of zelfs onmogelijk is om verenigingsbestuurders of exploitanten van fitnesscentra aan te wijzen die namens circa 30.000 lokale sportaanbieders het woord voeren. Maar ook dat argument gaat niet op. Uit alle categorieën stakeholders is een tamelijk willekeurige greep genomen. Niet alle tachtig bonden en niet alle vierhonderd gemeenten schoven aan bij de gesprekken over het sportakkoord. En die bonden en gemeenten die er wel bij waren, spraken daar natuurlijk op eigen titel. 

Gemiste kans

Of is dit te kort door de bocht en heeft de wethouder van de gemeente Laarbeek (om er maar eentje uit te pikken) zijn inbreng echt afgestemd met collega's uit andere kleine gemeenten? Ook in de andere categorieën belanghebbenden was begrijpelijkerwijs geen sprake van een volledige, of echt representatieve, vertegenwoordiging. Dat er aan al die tafels waar over het sportakkoord is gepraat geen plaats was voor een aantal lokale sportclubs is bedenkelijk. Het is een gemiste kans. Sportclubs vormen de belangrijkste sportaanbieders in ons land. Als je die wegdenkt, blijft er weinig van de (georganiseerde) sport over. Dat geldt zeker niet voor al die stakeholders die wel aan tafel schoven. De gang van zaken illustreert de afstand die er soms is tussen politiek, beleid en praktijk: wel over, maar niet met sportclubs praten.

Dit opiniestuk is eerder ook gepubliceerd op SportKnowhowXL.