Sportakkoord zet in op professionalisering

  • Minister Bruno Bruins
afbeelding van Redactie NL Sportclub
Redactie NL Sportclub

Vandaag heeft sportminister Bruins het Nationaal Sportakkoord ‘Sport verenigt Nederland’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Het akkoord beoogt de organisatie en financiën van de sport toekomstbestendig te maken. Bij sportclubs wordt ingezet op professionalisering en maatschappelijk ondernemerschap.

Het Sportakkoord heeft een bredere invulling gekregen dan aanvankelijk de bedoeling was. Het bundelt de ambities op uiteenlopende aandachtsgebieden. "Met dit akkoord bundelen en richten we de energie van vele partijen", zo stellen de minister en de voorzitters van VNG, VSG en NOC*NSF in een gezamenlijk voorwoord. Het akkoord wordt a.s. vrijdag in Den Haag ondertekend.

Akkoord omarmen

In het regeerakkoord van kabinet Rutte III werd afgelopen najaar aangekondigd dat er een sportakkoord zou worden gesloten. Doel daarvan was: "de organisatie en financiën van de sport toekomstbestendig maken". Hoewel het Sportakkoord dat vandaag gepresenteerd die belofte (nog) niet inlost, is er toch alle reden om het akkoord te omarmen. Het belang van goed functionerende sportclubs wordt dik onderstreept en er wordt een goede voorzet gegeven voor beleidsmaatregelen die de positie van sportclubs daadwerkelijk kunnen versterken. Pas bij de verdere uitwerking van het akkoord (komend najaar) zal echt duidelijk worden hoeveel de mooie woorden en goede voornemens waard zijn, maar we gaan graag uit van de goede bedoelingen die nu geformuleerd zijn.

Professionalisering en ondernemerschap

"De ambitie is om alle typen aanbieders van sport en bewegen toekomstbestendig te maken", zo wordt in het Sportakkoord herhaald. "De financiële en organisatorische basis wordt op orde gebracht zodat aanbieders hun vizier kunnen richten op een passend aanbod en op passende bindingsvormen." Het is nog niet helemaal duidelijk hoe die ambitie precies gerealiseerd gaat worden en hoe die financiële en organisatorische basis op orde wordt gebracht, maar er worden wel  twee belangrijke oplossingsrichtingen genoemd. Er wordt ingezet op “professionalisering van de sportaanbieders” en “het vergroten van het maatschappelijk ondernemerschap”. Een en ander moet resulteren  in een groei van het aantal “vitale en open sportaanbieders”.
Professionalisering wordt daarbij breed opgevat. Het gaat zowel om “het verbeteren van kennis en vaardigheden van bestuurders, technisch en arbitrerend kader” als op “het vergroten van de inzet van professionals (betaalde krachten)”.

Gedurfde strategie

De inzet op professionalisering en ondernemerschap bij sportclubs is gedurdf. In de sector die gedomineerd wordt door vrijwilligerswerk bestaan nog veel reservesen als het gaat om de inzet van betaalde krachten. Vrijwilligers zouden het bijltje erbij neergooien als professionals aan de slag gaan. Uit onderzoek is echter bekend dat deze vrees in de praktijk niet gerechtvaardigd is. Vooral gelet op de toegenomen complexiteit en de hogere eisen die de samenleving stelt, is deze strategie niet alleen gedurfd, maar ook verstandig.

Community of practice

Dat in het kader van de deskundigheidsbevordering de 'community of practice' als methode wordt aanbevolen beschouwen we als een steuntje in de rug voor NL Sportclub. Met ons platform beogen wij immers de uitwisseling van kennis en ervaring door het bestuurlijk en organisatorisch kader van sportclubs te stimuleren.

Brede ambities

Hoewel we daar hier en nu niet verder bij stilstaan raakt het Sportakkoord behalve sportclubs en sporters ook andere geledingen in de sport: bonden, gemeenten, onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties enzovoorts. De geformuleerde ambities hebben ook niet uitsluitend betrekking op de financieel-organisatorische kant van de sport.
Het Sportakkoord heeft een veel bredere strekking gekregen dan in het regeerakkoord destijds werd voorzien. Ook op het vlak van bijvoorbeeld diversiteit, duurzaamheid, bewegingsvaardigheid  en sportklimaat worden talloze beleidsintenties opgesomd. De geïnteresseerde lezer verwijzen we graag naar de volledige tekst van het 39-kantjes tellende beleidsstuk dat hier in zijn geheel is te downloaden.