Meer vrouwen, minder problemen

  • In het bestuur van gymnastiekvereniging Hygiëa uit Westkapelle is aan vrouwen geen gebrek, zo laten de sportplaatjes van de lokale Spar zien.
afbeelding van Jan Janssens
Jan Janssens

Er zijn nog altijd veel minder vrouwelijke dan mannelijke verenigingsbestuurders. Daarmee doen de clubs niet alleen de vrouwen maar ook zichzelf tekort. Uit onderzoek blijkt dat sportclubs minder problemen hebben als zij meer vrouwen in het bestuur hebben.

Duits onderzoek

Eerder dit najaar hield de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) in Amersfoort haar jaarlijkse congres. Het was een geslaagde tweedaagse met interessante inleidingen, workshops en discussies. Zie hier een videoverslag van het congres en de presentaties die werden verzorgd. Eén van de sprekers die aan het woord kwam was Christoph Breurer, hoogleraar Sportmanagement aan de Deutsche Sporthochschule Köln. Zijn verhaal ging over de belangrijke rol die sportverenigingen vervullen voor de sociale cohesie in de samenleving en de problemen die sportverenigingen vandaag de dag ondervinden. Hij baseerde zijn verhaal op gegevens uit grootschalig onderzoek in Duitsland, maar de situatie in Nederland zo hield hij zijn gehoor voor, is min of meer vergelijkbaar met die in Duistland. Want de buurlanden kennen veel overeenkomsten, zeker ook in de wijze waarop de sport georganiseerd is. In beide landen is de vereniging ook veruit de belangrijkste sportaanbieder.

Er ontstond enig geroezemoes in de zaal toen Breuer terloops ook even stilstond bij de positie van de vrouw in de sport. Hij hield zijn gehoor voor dat uit onderzoek naar voren was gekomen dat er een duidelijke relatie bestond tussen de organisatorische problemen van sportverenigingen en de samenstelling van de clubs en hun besturen. Naarmate de verenigingen meer vrouwelijke leden hadden en/of meer vrouwen in het bestuur hadden, zo vertelde de sportprofessor, hadden zij organisatorisch minder problemen.

Het was niet meer dan een terzijde in zijn verhaal en de tijd liet waarschijnlijk ook niet toe dat hij er dieper op in ging. Maar dat zijn natuurlijk interessante onderzoeksresultaten. SportclubNL vroeg het onderzoek op waar Breuer zich op baseerde en verdiepte zich daar in. Het bleek om twee onderzoeksprojecten te gaan waarover al in 2011 (Wicker, Breuer & Von Hanau) en 2012 (Wicker & Breuer) in internationale wetenschappelijke tijdschriften werd gerapporteerd.
Voor de beide onderzoeken werden in 2007 en 2009 alle circa 90.000 Duitse sportverenigingen geraadpleegd. Niet alle clubs vulden de voorgelegde vragenlijsten in, maar een groot deel van de clubs deed dat wel. Zo konden de antwoorden van niet minder dan 13.068 respectievelijk 19.345 sportverenigingen statistisch worden verwerkt.

Vrouwen ondervertegenwoordigd

Uit de cijfers blijkt dat ten tijde van het onderzoek ongeveer 40% van alle leden en 28% van alle bestuursleden van sportverenigingen van het vrouwelijke geslacht was. Percentages die wonderwel vrijwel overeenkomen met het aandeel van vrouwen in Nederlandse verenigingen (38%) en verenigingsbesturen (28%) zoals gerapporteerd in de Verenigingsmonitor van het Mulier Instituut uit diezelfde periode (2008).

Minder financiële problemen, minder moeite met werving en behoud leden en kader

Uit statistische analyses bleek dat de organisatorische capaciteit van de sportverenigingen – gedefinieerd als het vermogen van een organisatie om haar taken effectief, efficiënt en duurzaam te vervullen – groter was naarmate er meer vrouwen in het bestuur zaten. Naarmate verenigingen meer vrouwen in de club en/of in het bestuur hadden, rapporteerden zij significant minder financiële problemen en hadden zij ook minder moeite om leden en kader te werven of vast te houden.

Verschillende bestuursstijlen

Ter verklaring van deze verschillen wijzen de onderzoekers o.a. op de verschillen tussen de inbreng van mannen en vrouwen in verenigingsactiviteiten en de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke bestuursstijlen. Zo zouden meisjes en vrouwen meer geneigd zijn om sociale activiteiten te organiseren of daarbij te helpen, iets wat gunstig is voor de sfeer en de onderlinge verhoudingen, extra kansen geeft om kader te werven en financiële voordelen  biedt (meer kantineomzet). Daarnaast zouden vrouwen door hun andere bestuursstijl een positieve invloed uitoefenen op de organisatie. Zij zouden communicatiever zijn, meer oog hebben voor relationele aspecten en meer gericht zijn op samenwerking dan op onderlinge competitie.

Beursgenoteerde bedrijven

Het verschil in bestuursstijl tussen mannen en vrouwen en het belang van diversiteit voor organisaties  wordt overigens niet alleen in de sport ervaren. Zeer recent werd een onderzoek gepubliceerd  waaruit naar voren kwam dat beursgenoteerde bedrijven met vrouwen in de top een veel beter rendement haalden dan bedrijven zonder vrouwelijke bestuurders. Voor dat onderzoek werden de prestaties van de bedrijven die samen de Morgan Stanley Capital International index (MSCI) vormen met elkaar vergeleken. Dat zijn ruim 1.600 bedrijven uit meer dan 20 landen. Hun prestaties op de beurzen zijn een graadmeter voor de wereldeconomie. Uit het onderzoek onder deze bedrijven kwam naar voren dat  bedrijven met vrouwen in de top van de organisatie een gemiddeld rendement wisten te halen van 10,1 procent, terwijl bedrijven zonder vrouwen op topposities bleven steken op een rendement van 7,4 procent.

Sportverenigingen doen zichzelf tekort

Hoewel de cijfers over de participatie van vrouwen in sportbesturen uit de Verenigingsmonitor van 2008 (28 procent) en de Sportkadermonitor van 2013 (37 procent) op heel verschillende wijze tot standkwamen en daardoor niet goed vergelijkbaar zijn, mag wel worden aangenomen dat het aandeel van vrouwen in verenigingsbesturen de laatste jaren behoorlijk is toegenomen. Toch zijn vrouwen nog altijd duidelijk ondervertegenwoordigd in verenigingsbesturen. Conclusie op grond van de eerder aangehaalde onderzoeksresultaten: sportverenigingen doen vrouwen én zichzelf tekort.