Veel bezuinigingen komen terecht bij sportverenigingen

afbeelding van Jan Janssens
Jan Janssens

Minister Schippers van VWS heeft eind vorige week de Tweede Kamer geïnformeerd over de ontwikkeling van de gemeentelijke uitgaven voor sport. Dat gebeurde door middel van een rapportage van het Mulier Instituut. De minister lijkt de uitkomsten van het onderzoek iets positiever te interpreteren dan de onderzoekers.

Verheugd

De bewindsvrouw stelt in een begeleidende brief dat het met de lokale bezuinigingen op sport wel meevalt. Ze schrijft geruststellend:

"Uit het onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat over heel Nederland bezien de bestedingen van gemeenten aan sport netto gelijk blijven, maar dat het beschikbare budget gecorrigeerd voor inflatie gemeenten minder mogelijkheden biedt. Veel gemeenten zetten in de nieuwe collegeperiode in op efficiënter gebruik van middelen waarmee wordt voorgesorteerd op nog te behalen structurele bezuinigingen in de toekomst. Dit resulteert in een kleine afname van de begrote bestedingen aan sport. Deze uitkomsten komen overeen met de resultaten van eerder onderzoek dat ik u toegestuurd heb (Kamerstuk vergaderjaar 2013–2014, 30 234, nr. 96).
Uit de jaarverslagen van de gemeenten blijkt dat zij voor deze nog te behalen bezuinigingen in 2015 vooral inzetten op het verhogen van de bezettingsgraad en aanpassen van subsidies, tarieven en beheervormen. Ook zetten zij in op het optimaliseren van de configuratie van sportaccommodaties oor middel van renovatie en/of aanleg van accommodaties en clustering van verenigingen en accommodaties. Dit gaat gepaard met incidentele hogere kosten waardoor de uitgaven een bijna gelijkblijvend beeld geven.
Deze ontwikkelingen in de gemeentelijke uitgaven aan sport hoeven niet per definitie negatieve gevolgen te hebben voor sportorganisaties en sporters. In sommige gevallen kan de sportsector juist gebaat zijn bij een meer effectieve en doelmatige benadering die de gemeente nastreeft, bijvoorbeeld doordat verenigingen zelf zeggenschap krijgen over beheer en onderhoud van een sportaccommodatie. Ook wanneer nieuwe initiatieven voortvloeien uit het samen gebruiken van dezelfde accommodaties door verschillende sportverenigingen of door sport en andere verenigingen.
Ik ben verheugd met de blijvende financiële inzet van de gemeenten in de sport. In de komende jaren zal ik de ontwikkeling van de uitgaven van gemeenten aan sport nauwlettend volgen."

Onzeker

Hoewel de meeste passages uit de brief van de minister één op één zijn overgenomen uit het rapport, laat het rapport van onderzoekers Remko van den Dool en Remco Hoekman in zijn geheel toch eigenlijk wel een wat minder florissant beeld zien. Zo concluderen de onderzoekers dat de sport in de afgelopen jaren in vergelijking tot andere beleidsterrreinen weliswaar is ontzien maar dat er voor 2015 "een duidelijke daling van de gemeentelijke uitgaven aan sport" zichtbaar is. Zij stellen vast dat er "naast incidentele investeringen in met name sportaccommodaties" in de jaarverslagen van gemeenten "(structurele) bezuinigingen doorklinken, die vooral bij de vereniging terecht komen." Zij spreken dan ook van een "onzeker toekomstperspectief".

"Op basis van de jaarverslagen van gemeenten kunnen we concluderen dat bezuinigingen op sport hebben plaatsgevonden en daaruit kunnen we ook afleiden waarop is bezuinigd. De jaarverslagen laten zien dat bij bezuinigingen vooral wordt verwezen naar het tariefsysteem, doorschuiven van onderhoud, aanpassing van subsidies voor sportverenigingen en het verhogen van de zelfwerkzaamheid en zelfredzaamheid van sportverenigingen. Deze bevindingen zijn in lijn met de uitkomsten van de recessiepeiling bij gemeenten (Hoekman, 2013) en de plannen voor de huidige collegeperiode (Hoekman & van der Bol, 2014). De bezuinigingen van gemeenten krijgen bij sport vooral vorm binnen de kerntakendiscussie die gemeenten voeren. Wat is een gemeentelijke verantwoordelijkheid en wat kan aan marktpartijen, stichtingen of de burger zelf worden overgelaten? Deze vragen leiden, evenals in de crisisachtige jaren tachtig, tot een heroriëntatie op lokaal niveau en diverse beleidswijzigingen, bijvoorbeeld waar het gaat om het beheren van sportaccommodaties, tarievensystemen en subsidiesystemen (Hoekman & van der Poel, 2009)."


Het Mulier rapport kan hier worden gedownload.