Wat zijn de succesfactoren van Sportimpulsprojecten?

Astrid Cevaal

De exacte datum waarop aanvragen kunnen worden ingediend is nog niet bekend maar medio februari zullen zich weer nieuwe subsidiemogelijkheden aandienen voor de Sportimpuls. Dat is een subsidieregeling waarbij lokale sport- en beweegaanbieders worden ondersteund bij het opzetten van sportstimuleringsactiviteiten. Sportclubs die overwegen om mee te doen aan deze nieuwe ronde, doen er goed aan om daar al vroeg mee aan de slag te gaan. Met het oog daarop beschrijft Astrid Cevaal, die zich als onderzoeker van het Mulier Instituut verdiept heeft in de Sportimpuls-projecten van de afgelopen jaren, wat de succesfactoren van de sportimpuls zijn. Zij baseert zich daarbijop de ervaringen  die opgetekend werden uit de mond van verschillende projectleiders en samenwerkingspartners van verschillende Sportimpulsprojecten.

Duidelijke taakverdeling en communicatie

Het komt de voortgang van samenwerkingsprojecten ten goede als de organisatie  in een vroeg stadium over de onderlinge rol, belangen en taken duidelijke afspraken maakt en daarover communiceert. Bij een aantal projecten is een werkgroep in het leven geroepen waarin de verschillende partners zijn vertegenwoordigd. In deze gevallen wordt niet heel vaak, maar zeer efficiënt en actiegericht vergaderd en hebben de verschillende partners allemaal een eigen rol en taken.

Een projectleider uit Noord-Holland van een project Jeugd in lage inkomensbuurten (Jilib)  zei bijvoorbeeld: “Ik denk dat het voor het project het beste is om samen te werken met partijen die een gemeenschappelijk doel hebben. Sommige organisaties hebben wat andere belangen dan het project, bijvoorbeeld ledenwerving. Mijn doel is om zo dicht mogelijk bij de kinderen te blijven en ze te stimuleren dat ze meer gaan sporten en dat sluit daar niet direct op aan.”

Kennis van de doelgroep

De projecten zijn vaak gericht op doelgroepen die moeilijk bereikbaar zijn. Om deze doelgroepen te bereiken is kennis van de doelgroep nodig èn een lange adem vereist. Veel van de mensen waarop de projecten gericht zijn hebben nog maar weinig sportervaring. Het is daarom, volgens één van de projectleiders, bijvoorbeeld niet verstandig om hen meteen een vol uur te laten sporten. Ander voorbeeld is dat niet-westerse vrouwen bijvoorbeeld graag willen leren fietsen. Maar dat betekent niet dat zij ook automatisch deelnemen aan recreatieve fietstochten van een  kilometer of tien.

Een vertegenwoordiger van een partnerorganisatie in de provincie Gelderland zei over een project Kinderen Sportief op Gewicht (KSG): “Bij deze doelgroep kom je er niet met een mailtje. Het gaat erom dat je hun vertrouwen wint en dat betekent dat je persoonlijk contact moet hebben in een vertrouwde omgeving, dicht bij huis.”

Kwaliteit activiteiten en vertrouwd gezicht

Een aantal projectleiders geeft aan dat de kwaliteit van het aanbod en de kwaliteit van trainers en lesgevers van belang is om deelnemers te binden. De kwaliteit en dus niet het aantal activiteiten moet vooropstaan. Een groep projectleiders heeft er bewust voor gekozen om een veelzijdig palet aan activiteiten te organiseren dat aansluit bij uiteenlopende behoeften.

Het bieden van een variatie aan sporten of beweegactiviteiten blijkt een succes te zijn. Dit gevarieerde aanbod wordt met name gekenmerkt door een instuifgehalte en is in zekere zin vrijblijvend. Daarnaast geldt in het bijzonder voor  jonge kinderen, kwetsbare jongeren of ouderen dat er een veilige omgeving, met een vertrouwd gezicht voor de groep, gecreëerd moet worden.

Gepassioneerde trainers en vrijwilligers

Bij de Jilib-projecten wordt voornamelijk de enthousiaste begeleiding bij de activiteiten en de passie voor sport van de begeleiders als succesfactor genoemd. Mogelijk is dit bij JILIB nadrukkelijker een belangrijke succesfactor omdat het hierbij gaat om het in beweging krijgen van kinderen. Zij hebben vaak nog geen duidelijke voorkeur voor een specifieke sport en willen veel verschillende sporten proberen.

Fittest

Het blijkt dat er behoefte is aan inzicht in de gezondheidssituatie van zowel kinderen als volwassenen. Het gebruik van meetinstrumenten vindt gretig aftrek, niet alleen bij fysiotherapiepraktijken, maar ook bij sport- en beweegaanbieders.

Op basis van een nulmeting kunnen persoonlijke beweegplannen worden opgesteld. Een projectcoördinator in een Utrechtse gemeente is daar enthousiast over: “Het fenomeen fit-test begint zo langzamerhand echt een instrument van waarde te worden. We hebben een hele teststraat beschikbaar en dat werkt als een magneet. Het geeft in ieder geval een mooie aanleiding om met mensen in gesprek te komen.”

Meer informatie

Wie meer wil weten over de Sportimpuls surft naar de website Sport en bewegen in de buurt en/of download hier het verdiepingsonderzoek Sportimpuls, meting 2015.