Veranderende verenigingen (deel 4)

  • De fietsenstalling met zonnepanelen van ohc Bully
  • Gert Spiele van ohc Bully voor de camera
afbeelding van Jan Janssens
Jan Janssens

Sport Knowhow XL publiceert een serie artikelen over de veranderingen die sportverenigingen ondergaan. Auteur van deze artikelen is Jan Janssens, ook de initiatiefnemer van de community NL Sportclub. Op basis van persoonlijke ervaringen, onderzoeksrapporten en beleidsstukken wordt beschreven wat er voor verenigingen in de afgelopen jaren allemaal is veranderd en hoeveel gecompliceerder het functioneren van verenigingen is geworden. De artikelen worden ook op de opiniepagina van NL Sportclub gepubliceerd. Vandaag staat hij stil bij de veranderde wensen en verwachtingen van de leden en de veranderde samenstelling van de ledenbestanden.

In de vorige afleveringen in deze serie artikelen lag het accent op veranderingen in het functioneren van verenigingen die het resultaat waren van allerlei vormen van wet- en regelgeving door de overheid. Toch is dat zeker niet de enige factor die het organiseren en besturen van verenigingen heeft gecompliceerd. Ook de veranderde wensen en verwachtingen van de leden en het kader van de verenigingen hebben daarvoor gezorgd. En laten we de eisen van de sportbonden niet vergeten, ook die zijn sterk gegroeid. Eigenlijk hebben we met z’n allen het verwachtingspatroon ten aanzien van de verenigingen enorm opgeschroefd.

Ik herinner me nog goed dat onze vereniging voor het eerst in haar bestaan op reis ging naar het buitenland. Via via waren we uitgenodigd voor een toernooi in Bretagne. Het was een belevenis. Sommigen kwamen voor het eerst over de grens. We werden ontvangen door de burgemeester en speelden onder andere tegen het grote Paris Saint-Germain. We hadden geen schijn van kans. Nog vóór het eerste fluitsignaal klonk, stonden we al achter. Toen de club het veld betrad in uniforme trainingspakken en tenues met shirtreclame waren we zwaar geïmponeerd. Zoiets kenden we niet in onze eigen competities, maar kijk nu eens rond op de velden… 

Shirtreclame verboden
Voor jongere generaties voetballers is het misschien onvoorstelbaar, maar ooit was shirtreclame verboden. Dat had natuurlijk alles te maken met het lang gehuldigde principe dat sport in de kern een activiteit was voor liefhebbende amateurs. Sponsoring en reclame rijmden slecht met dat idee en waren daarom streng verboden. Pas sinds 1982 is shirtreclame toegestaan op de voetbalvelden. 

In andere takken van sport gingen ze misschien wat eerder of juist wat later door de bocht, maar vrijwel overal is het tamelijk gebruikelijk geworden om sponsors te zoeken die sporters, teams, of zelfs hele clubs in de kleren steken. Dat is leuk voor de leden van die verenigingen, maar het brengt voor de clubs ontegenzeggelijk veel terugkerend werk met zich mee. Sponsors moeten worden gezocht en de kleding moet worden aangeschaft en onderhouden. En het vervelende is: de leden weten op een gegeven moment niet beter. Het is niks bijzonders meer, het hoort er gewoon bij. Ze verwachten een outfit van de club. En de club moet daar maar voor zorgen.

Tegenprestaties
Ook reclameborden langs de velden en in de zalen komen daar niet vanzelf. Deze kunnen voor leuke extraatjes zorgen, maar ook die vergen vaak weer extra inspanningen. Niet alleen in de sfeer van acquisitie. Er moeten voor de sponsors ook tegenprestaties worden geleverd. Ze moeten met de nodige egards worden ontvangen bij de club. Niet alleen bij wedstrijden, maar eventueel ook bij speciale (netwerk)bijeenkomsten. 

De businessclub heeft ook bij verenigingen die op bescheiden niveau presteren zijn intrede gedaan. Sponsoring is leuk en lucratief. Het is na de contributies en de verkoop in de kantine de derde bron van inkomsten voor sportverenigingen, zo weten we uit de Verenigingsmonitor. Maar sponsoring betekent hoe dan ook extra werk voor het bestuurlijke en organisatorische kader van de clubs.

Meer activiteiten, betere begeleiding
In hun pogingen om de toegenomen concurrentie op de vrijetijdsmarkt het hoofd te bieden, proberen clubs niet alleen gratis kleding voor hun sporters te regelen, maar worden ook allerlei bijzondere activiteiten georganiseerd. De core business van de verenigingen bestaat nog altijd uit de verzorging van trainingen en wedstrijden en het afvaardigen van teams naar competities en kampioenschappen. Maar er wordt vandaag de dag zo veel meer werk van gemaakt. Met name voor de meer getalenteerde sporters, maar soms ook voor de mindere goden, worden wekelijks extra trainingen georganiseerd. 

Periodiek zijn er trainingskampen, toernooien, feestjes en evenementen. Voor de training wordt in toenemende mate een beroep gedaan op gekwalificeerde trainers. De leden verwachten het, de verenigingen willen het, en de bonden eisen het. Momenteel beschikt ongeveer twee derde van de trainers bij sportverenigingen over een diploma, aldus het Brancherapport Sportverenigingen in Nederland. De (para)medische begeleiding van sporters is bij verenigingen steeds vaker in handen van gediplomeerde masseurs of fysiotherapeuten.

Grote verantwoordelijkheid
Een uitspraak van de Hoge Raad over een ernstig ongeval in het turnen in de jaren negentig (disloque-arrest) onderstreepte dat de samenleving van sportorganisaties goede begeleiding en veiligheid verlangt. Recentere rechtszaken naar aanleiding van een verdrinkingsgeval in het zwembad van Rhenen en een dodelijk ongeval door het instorten van een dug-out in Twijzel bevestigden dat. Steeds meer verenigingen realiseren zich dat zij verantwoordelijk zijn voor wat er gebeurt in verenigingsverband, werken met een gekwalificeerd kader en hebben aansprakelijkheidsverzekeringen afgesloten.

Trainerslicenties, aansprakelijkheidsverzekeringen, maar ook Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG) zijn bij veel verenigingen gewoon geworden. Clubs worden gestimuleerd om deze verklaringen te vragen van alle trainers, begeleiders en andere vrijwilligers die functies uitoefenen waarbij afhankelijkheidsrelaties bestaan. Het ministerie van VWS draagt de kosten. Volgens de laatste VSK-monitor zijn in een paar jaar tijd al meer dan 150.000 VOG-verklaringen aangevraagd.

Om adequaat op te treden en hulp te verlenen in situaties waarin (toch) sprake is van grensoverschrijdend gedrag, zijn er in steeds meer verenigingen ook vertrouwenscontactpersonen aangesteld. Volgens de aangehaalde VSK-monitor heeft inmiddels meer dan de helft van alle verenigingen zo’n functionaris aangesteld.

Diversiteit
Veel verenigingen hebben tegenwoordig veel meer te bieden. Ze bedienen ook steeds meer verschillende categorieën leden. Ooit was sport een ‘jong-menselijke activiteit’ (Rijsdorp, 1957) die vooral door jongens en jonge mannen werd beoefend. Die tijd ligt al even achter ons, maar de diversiteit in de ledenbestanden van verenigingen is vooral in de laatste decennia gegroeid, zo is ook te lezen in het eerder genoemde Brancherapport Sportverenigingen in Nederland.

In de jaren zeventig verlaagde de KNVB de leeftijd waarop kon worden gevoetbald naar 6 jaar en stond de bond toe dat meisjes en vrouwen lid werden. Mijn eigen voetbalclub speelde daar redelijk snel op in. Ik was nauw betrokken bij het opzetten van nieuwe afdelingen voor F-pupillen en meisjes. Niet veel later maakten nogal wat voetballers met een migratieachtergrond, vooral Turken en Marokkanen, hun entree bij de club. Soms meldden zij zich met een heel team tegelijk. We organiseerden ook wedstrijden en toernooien voor vluchtelingen en activiteiten voor kinderen met een handicap. Er was nog geen wandelvoetbal, maar steeds meer voetballers wilden ook op leeftijd nog een balletje blijven trappen, dus ook daarvoor formeerden we speciale teams. 

Specifieke wensen
Behalve de liefde voor de bal, hadden al deze nieuwe categorieën voetballers tenminste één ding met elkaar gemeen. Ze hadden allemaal specifieke wensen en vroegen daarom ook allemaal extra aandacht van het verenigingskader. Voor de F-jes moesten we aparte doeltjes regelen. Bij de planning van wedstrijden voor de meisjes moesten we rekening houden met extra kleedkamers. Voor de Turken en Marokkanen gingen we in de kantine thee en halal-snacks verkopen. Voor de vluchtelingen die niet zeker wisten of ze wel een heel seizoen bij de club konden spelen, bedachten we een aparte contributieregeling. Voor de gehandicapten werden aanpassingen in de toiletten aangebracht. 

Dit is maar een greep uit de veranderingen die de club onderging. Het zijn ook tastbare zaken. De groeiende diversiteit vroeg vooral begrip en soms ander gedrag van onze leiders, trainers, scheidsrechters, kantinemedewerkers en bestuurders. Dat schuurde wel eens. De vereniging veranderde, het werd hoe dan ook steeds gecompliceerder om alles in goede banen te leiden.

Communicatie
Een belangrijk middel om ‘de boel bij elkaar te houden’ was voor ons de wekelijkse nieuwsbrief. Daarin werden niet alleen wedstrijden en activiteiten aangekondigd. Er werden ook persoonlijke portretjes geplaatst en leuke rubrieken gevuld, bijvoorbeeld over de vele bijnamen die clubleden hadden. De productie en distributie van onze weekkrant vroeg veel inzet, maar het was een grote verbetering ten opzichte van het eerdere maandelijkse clubblad. 

Dankzij adverteerders en een drukker als sponsor genereerden we met het blad extra inkomsten. Omdat het goed gelezen en gewaardeerd werd, was het leuk om eraan mee te werken. Online communicatie was er nog niet. Internet en sociale media moesten nog worden uitgevonden.

Is communicatie tegenwoordig ingewikkelder?
De moderne vormen van communicatie maakten het in sommige opzichten wel voordeliger en eenvoudiger, maar per saldo is de verenigingscommunicatie daardoor toch ook weer lastiger geworden. Een beetje club heeft vandaag de dag een website, een Facebookpagina, een account op Instagram, manifesteert zich op Twitter en communiceert via e-mail en WhatsApp. In veel verenigingen hebben de verschillende geledingen ook nog eigen sociale media. 

Dit alles bevordert de interactie tussen de leden, maar voor een verenigingsbestuur is het daardoor eigenlijk alleen maar moeilijker geworden om effectief te communiceren. Bovendien moet rekening worden gehouden met tamelijk strikte privacyregels. Er zijn verenigingen die na de invoering van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) vorig voorjaar geen kampioensfoto’s meer durven te maken of zelfs alle foto’s van hun website hebben verwijderd.

Meer activiteiten, meer doelgroepen, betere begeleiding en betere communicatie: het is allemaal hartstikke goed - ik zou het ook niet willen terugdraaien - maar het brengt wel meer werk, meer verantwoordelijkheid en hogere kosten met zich mee.

Vrijwilligersbeleid en verenigingsmanagement
Dat verenigingen vandaag de dag meer te bieden hebben, is prachtig. Dat daar een prijskaartje aan hangt, zou eigenlijk geen probleem moeten zijn. We zijn in de loop der jaren veel welvarender geworden en we vinden met z’n allen sport heel belangrijk, maar het gekke is dat we tegelijkertijd ook vinden dat sport niet te veel mag kosten. Het lidmaatschap moet voor iedereen toegankelijk zijn, dus de contributies worden zo laag mogelijk gehouden. Om de kosten binnen de perken te houden, wordt voor het overgrote deel van de werkzaamheden in verenigingen nog altijd en uitsluitend een beroep gedaan op vrijwilligers. 

Wanneer we de vereniging van nu vergelijken met die ongeveer 25 jaar geleden kan worden vastgesteld dat er in de huidige vereniging veel meer werk wordt verzet, dat de werkzaamheden veel gecompliceerder zijn geworden, dat er veel meer vrijwilligers nodig zijn die meer in hun mars moeten hebben. Gelukkig zijn er nog altijd heel veel mensen bereid om vrijwilligerswerk te doen. Helaas is de bereidheid om terugkerende taken en vaste functies te vervullen wel afgenomen. Meijs, Van Overbeeke & Simons verwoordden dat mooi in een eerdere bijdrage op Sport Knowhow XL.

Potentiële vrijwilligers schrikken van ‘het totale en onoverzienbare commitment dat gevraagd lijkt te worden door de vereniging’. Tegenwoordig zetten vrijwilligers zich bij voorkeur in voor korte perioden en afgebakende projecten. Dat wringt. De continuïteit van het verenigingsaanbod is daardoor geen vanzelfsprekendheid. Er moet veel meer georganiseerd en gecoördineerd worden. Vrijwilligersbeleid (werving, selectie, scholing, begeleiding, waardering) en verenigingsmanagement (visie- en beleidsontwikkeling, planning, coördinatie, afstemming, samenwerking) zijn steeds belangrijker geworden, maar toch maken lang niet alle verenigingen daar echt werk van.

Baron von Münchhausen
Vaak willen verenigingsbestuurders het wel, maar kunnen ze het niet. Ze hebben te veel op hun bordje en worden in beslag genomen door verenigingszaken die urgent zijn (of lijken). Ze zijn bezig met uitvoerende taken en komen niet aan besturen toe. Ze weten dat het moet, maar zien toch geen mogelijkheid om zaken beter te organiseren en meer mensen bij de club te betrekken. Ze zitten in een vicieuze cirkel. 

Omdat zaken niet goed georganiseerd zijn, springen ze in en vullen ze gaten. Daardoor komen ze niet toe aan het versterken van de organisatie, dus vallen er weer gaten en springen ze opnieuw in. Deze verenigingsbestuurders voelen zich soms als de bekende Baron von Münchhausen die zich aan zijn eigen haren uit het moeras trok. Krijg dat maar eens voor elkaar.

Inspiratie
Tot slot en ter inspiratie, net als de vorige afleveringen in deze serie een ideetje uit Het Grote Ideeënboek voor Sportclubs. Het is een mooi voorbeeld uit de praktijk van hockeyclub Bully uit Oldenzaal. Deze club wist meer service aan de leden (een overdekte fietsenstalling) mooi te verenigen met maatschappelijke belangen (duurzame opwekking energie) en zo (op termijn) ook nog kosten te besparen.